Wanneer is een vennootschap voortaan groot?

De definitie “kleine vennootschap” werd vanaf 2016 gewijzigd, waardoor heel wat meer vennootschappen voortaan klein zullen zijn.  De gewijzigde definitie heeft ook fiscale gevolgen, gezien bepaalde fiscale voordelen voorbehouden zijn aan kleine vennootschappen. Een juiste kwalificatie van de grootte van een vennootschap is dus van groot belang. Opmerkelijk is tevens dat de fiscale definitie gedeeltelijk afwijkt van de vennootschapsrechtelijke definitie. CERTAM Bedrijfsrevisoren heeft een eenvoudige tool ontwikkeld waarbij u snel kan nagaan of een vennootschap kwalificeert als grote, kleine of micro-vennootschap.

Gewijzigde criteria (aanpassing artikel 15 Wetboek Vennootschappen)

  • Gewijzigde bedragen:
    • Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
    • Jaaromzet (exclusief BTW): 9.000.000,00 EUR
    • Balanstotaal: 4.500.000,00 EUR
  • Afschaffing van de grens van 100 personeelsleden (een vennootschap met bijv. 102 personeelsleden, die de andere criteria niet overschrijdt, blijft bijgevolg klein).
  • Gewijzigde toepassing:
    • een vennootschap is voortaan groot wanneer 2 of 3 van voormelde criteria worden overschreden gedurende de 2 voorafgaande boekjaren. Het overschrijden van de criteria in één jaar heeft in tegenstelling tot voorheen dus niet tot gevolg dat de vennootschap in het volgende jaar reeds als groot kwalificeert.
    • voor de overgang van groot naar klein zijn de regels niet gewijzigd: een vennootschap wordt pas van groot klein wanneer zij in de 2 voorgaande jaren maximaal 1 criterium heeft overschreden.
  • Gewijzigde geconsolideerde benadering vennootschapsrechtelijk:
    • Berekening nog slechts op geconsolideerde wijze voor moedervennootschappen of dochtervennootschappen die zelf moeder zijn, of voor leden van een consortium (centrale leiding)
    • Voor dochtervennootschappen die zelf geen moedervennootschap zijn, dient berekening niet meer geconsolideerd te gebeuren; een op zich kleine dochter wordt dus niet meer automatisch groot doordat ze deel uitmaakt van een groep.
    • Te weerhouden cijfers: geconsolideerde cijfers (eliminatie intragroepverrichtingen)
    • Alternatief voor geconsolideerde cijfers (vereenvoudigde methode): er kan geopteerd worden voor loutere optelling van cijfers; toetsing mag in dat geval gebeuren aan verhoogde criteria (verhoging met 20 %):
      • jaaromzet: 10.800.000,00 EUR
      • balanstotaal: 5.400.000,00 EUR
      • jaargemiddelde personeelsbestand: 50 (geen verhoging cijfer).
  • Gewijzigde geconsolideerde benadering geldt niet fiscaal:
    • De beoordeling of een dochter fiscaal gezien als kleine vennootschap kwalificeert, zal nog steeds op geconsolideerde basis moeten gebeuren.
  • Het is dus mogelijk dat een dochter vennootschapsrechtelijk als klein kwalificeert, maar fiscaal toch als groot dient te worden beschouwd.
  • Inwerkingtreding:
    • De gewijzigde regels gelden voor boekjaren die ingaan vanaf 1 januari 2016.
    • Dus: 31/12/2016 in geval boekjaar kalenderjaar volgt.
    • In geval van boekjaar afwijkend van het kalenderjaar: normaliter afsluitdatum in de loop van 2017 (bijv.  afsluit 31/03: beoordeling boekjaar 31/03/2017 volgens nieuwe criteria - beoordeling boekjaar 31/03/2016 nog volgens oude regels). Uitzondering: verkort boekjaar: bijvoorbeeld boekjaar van 01/02/2016 tot 30/11/2016: toch al te beoordelen volgens nieuwe regels.
  • Overgangsmaatregel: voorzien voor eerste boekjaar van inwerkingtreding:
    • Beoordeling van het eerste boekjaar vanaf inwerkingtreding: enkel op basis van voorbije boekjaar
    • Dus voor boekjaar per 31/12/2016 is enkel boekjaar per 31/12/2015 bepalend voor grootte:
      • Criteria overschreden in 2015 ð groot voor 2016
      • Criteria niet overschreden in 2015 ð klein voor 2016
    • Voorbeeld in geval van boekjaar afwijkend van het kalenderjaar: beoordeling van boekjaar per 31/03/2017 louter op basis van cijfers per 31/03/2016.
    • Beoordeling van het tweede boekjaar na inwerkingtreding: slechts 2 voorgaande jaren in aanmerking te nemen (bijv. voor 31/12/2017, de boekjaren 31/12/2015 en 31/12/2016), ongeacht grootte in boekjaar ervoor (cfr. ontwerpadvies CBN dd.13/01/2016).
  • Invoering van het begrip micro-vennootschap (subcategorie van de kleine vennootschappen):
    • Maximaal 1 van volgende criteria worden overschreden gedurende de 2 voorafgaande boekjaren:
      • Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10
      • Jaaromzet (exclusief BTW): 700.000,00 EUR
      • Balanstotaal: 350.000,00 EUR
    • Enkel voor vennootschappen die geen deel uitmaken van een groep of een consortium (beoordeling op datum van de jaarafsluiting) (op fiscaal vlak bestond definitie micro-vennootschap reeds in 2015, doch zonder uitsluiting voor groepsvennootschappen of leden van een consortium)
    • Gevolgen op boekhoudvlak: bepaalde administratieve vereenvoudigingen, oa. slechts beperkte jaarrekening met minimale toelichting neer te leggen en lagere neerleggingskosten
    • Inwerkingtreding: gewijzigde regels gelden voor boekjaren die ingaan vanaf 1 januari 2016 – zie hiervoor voor nadere toelichting en voorbeelden.
  • Impact op de verplichting tot aanstelling van een commissaris: de gewijzigde grootte-criteria zijn ook relevant in het kader van de verplichting tot aanstelling van een commissaris: kleine vennootschappen zijn immers vrijgesteld tot aanstelling van een commissaris; de wijze van  beoordeling is niet gewijzigd:
    • de beoordeling dient nog steeds voor iedere vennootschap afzonderlijk te gebeuren
    • vennootschappen die deel uitmaken van een groep die gehouden is tot consolidatie dienen steeds een commissaris aan te stellen, ongeacht hun grootte.
  • Meer uitleg vindt u tevens in het ontwerpadvies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen dd. 13/01/2016.

Fiscale voordelen kleine vennootschappen (en micro-vennootschappen)

  • Maatregelen startende kleine vennootschappen of micro-vennootschappen:
    • Belastingvermindering van 30 % in de personenbelasting voor inbreng in geld in bepaalde startende kleine vennootschappen (ook tax shelter genoemd - zie ook onze nota van november 2015 voor meer informatie hieromtrent); bij investering in micro-vennootschap wordt de aftrek verhoogd tot 45 %.
    • Vrijstelling in de personenbelasting van interesten op bepaalde leningen tot 15.000,00 EUR toegekend via een crowfundingplatform  aan startende kleine vennootschappen.
    • Gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in startende ondernemingen (10 % voor kleine vennootschappen en 20 % voor micro-vennootschappen).
  • Inzake roerende voorheffing:
    • Mogelijkheid tot het aanleggen van een liquidatiereserve (met toepassing van bijzondere heffing van 10 % en verlaagde RV bij dividenduitkering/vrijstelling RV bij vereffening)
    • Roerende voorheffing van 15 % ipv. 27 %  voor kapitaalinbreng vanaf 1 juli 2013 (vanaf derde boekjaar na inbreng – VVPR-bis) (beoordeling op jaar van kapitaalinbreng)
    • Kortere wachttermijn (4 j. ipv. 8 j.) voor vermindering van vastgeklikte reserves in kapitaal (overgangsregeling art. 537 W.I.B. 1992)
  • In geval van investeringen
    • Aftrek tot 120 % van bepaalde beveiligingsuitgaven
    • Mogelijkheid tot aanleg investeringsreserve
    • Afschrijving voor het volledige jaar in het boekjaar van verwerving van activa (geen pro ratering)
    • Bijkomende kosten kunnen naar wens worden afgeschreven
    • Investeringsaftrek
      • Investeringsaftrek van 8 % op investeringen vanaf 1 januari 2016 (geen cumul met notionele interestaftrek)
      • Investeringsaftrek  van 13,5 % (aj 2016 en 2017) voor bepaalde digitale investeringen (integratie en exploitatie van digitale betalings- en facturatiesystemen en systemen voor de beveiliging van informatie- en communicatietechnologie (bijv. firewalls, antihacking- of antivirussystemen)
      • Investeringsaftrek van 20,5 % voor investeringen in beveiliging van beroepslokalen en bedrijfsvoertuigen.
  • Verhoging met 0,5 % van het tarief van de notionele interestaftrek (tarief voor aanslagjaar 2017 ð1,631 % i.p.v. 1,131 %)
  • Meerwaarden aandelen: volledige vrijstelling van meerwaarden op kwalificerende aandelen ten minste 1 jaar in bezit (geen afzonderlijke belasting van 0,40 %)
  • Geen belastingvermeerdering wegens gebrek aan voorafbetalingen gedurende de eerste 3 boekjaren
  • Geen fairness tax van 5,15 % op bepaalde toegekende dividenduitkeringen (bijv. in geval van verliesrecuperatie)
  • Recht op octrooiaftrek zonder over een eigen onderzoekscentrum te beschikken
  • Bepaalde voordelen inzake bedrijfsvoorheffing (preferentieel tarief IPA-vrijstelling, vrijstelling gedeeltelijke doorstorting BV op bezoldigingen toegekend aan wetenschappelijke personeel  toegekend door Young Innovative Companies).

Voor verdere toelichting en vragen kan u uiteraard steeds bij ons terecht.