De hernieuwde innovatieaftrek: opportuniteiten voor de Belgische KMO

Sinds jaar en dag poogt de Belgische wetgever (grote) ondernemingen ervan te overtuigen om zich in België te vestigen door in te zetten op een fiscaal gunstige behandeling van inkomsten uit innovatie. Eén van deze maatregelen was historisch de Belgische aftrek voor octrooi-inkomsten die van toepassing was vanaf aanslagjaar 2008. De aftrek voor octrooi-inkomsten moest, onder druk van het BEPS-actieplan, in de loop van 2016 plaats ruimen voor de hernieuwde aftrek voor innovatie-inkomsten. Deze aftrek voor innovatie-inkomsten opent perspectieven, niet enkel voor de gekende farmareuzen maar ook voor de Belgische KMO.
 
Verruimd toepassingsgebied
 
De aftrek voor innovatie-inkomsten vindt niet enkel toepassing op inkomsten uit octrooien en kwekersrechten, waarvan een vennootschap eigenaar of licentiehouder is, maar eveneens op auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s, die zijn voortgevloeid uit een onderzoeks- of ontwikkelingsprogramma.

 
De uitbreiding naar auteursrechtelijk beschermde software biedt opportuniteiten voor pure softwarebedrijven maar ook voor bedrijven die zelf software ontwikkelen in het kader van hun productie, dienstverlening of interne processen. Over de vereiste dat de software moet zijn voortgevloeid uit een onderzoeks- of ontwikkelingsprogramma, kan een bindend advies worden aangevraagd bij de federale instelling BELSPO. De praktijk leert dat deze instelling vrij toegankelijk is.

Welke inkomsten komen in aanmerking?
 
Alle inkomsten die worden behaald uit de voornoemde octrooien, kwekersrechten en software kunnen in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de innovatie-aftrek.
 
Indien de vennootschap de betrokken intellectuele eigendomsrechten in licentie geeft aan een derde partij, die het recht op haar beurt exploiteert, kunnen de inkomsten vrij eenvoudig worden bepaald, zij het dat deze inkomsten steeds marktconform moeten zijn. Indien de vennootschap de intellectuele eigendomsrechten zelf exploiteert, dient een berekening te worden gemaakt naar de zogenaamde hypothetische licentievergoeding. De rulingsdienst heeft inmiddels heel wat rulings gepubliceerd waarin een mogelijke benaderingswijze, de zogenaamde restwinstmethodiek, uiteen wordt gezet.
 
Van de aldus bekomen bruto innovatie-inkomsten dienen vervolgens alle kosten, verbonden aan O&O in mindering te worden gebracht. Te denken valt aan de kosten voor het verwerven van de intellectuele eigendomsrechten, personeelskosten, afschrijvingen, etc. Niet alleen de O&O-kosten van het lopende boekjaar maar ook de historische ontwikkelingskosten dienen in mindering te worden gebracht. De belastingplichtige kan ervoor opteren om de historische ontwikkelingskosten gespreid over 7 jaar in mindering te brengen. Op die manier bekomt men het bedrag van de netto innovatie-inkomsten.

 
 Kaderstuk : Combinatie met het fiscaal gunstregime voor auteursrechten
 

In één van onze vorige nieuwsbrieven hebben wij het uitgebreid gehad over het gunstregime voor vergoedingen uit de afstand van auteursrechten. Welnu, de vennootschap die auteursrechten op een softwareprogramma verwerft van haar bedrijfsleider tegen een bepaalde vergoeding en vervolgens deze software verder ontwikkelt en exploiteert kan ook genieten van de innovatieaftrek, zij het dat bij de bepaling van de netto innovatie-inkomsten rekening zal moeten worden gehouden met de vergoeding die zij aan haar bedrijfsleider heeft betaald.

 

Vrijstelling van 85%
 
De innovatieaftrek bedraagt 85% van de netto innovatie-inkomsten, zij het dat dit bedrag eerst nog dient te worden vermenigvuldigd met de zogenaamde “Nexus-breuk”. Een uitgebreide bespreking van deze breuk zou ons te ver leiden, doch zij werd ingevoerd om ervoor te zorgen dat de aftrek voor innovatie-inkomsten slechts kan worden toegepast in de mate dat de belastingplichtige ook effectief bepaalde uitgaven voor innovatie heeft gedaan.
 
Innovatieve ondernemingen kunnen bijgevolg maximaal 85% van hun behaalde netto innovatie-inkomsten vrijstellen. Het saldo wordt, naargelang het een kleine of een grote onderneming betreft, belast aan 20%, 25% of 29%.
 
De innovatieaftrek is voor veel Belgische KMO’s onbekend, dus onbemind. Nochtans leert de praktijk ons dat veel Belgische ondernemers dagdagelijks innoveren. Deze KMO’s willen op die manier concurrentieel te blijven en/of zich als uniek op de markt profileren. Innovatie kan vele vormen aannemen en komt niet enkel tot uiting in uitvindingen as such maar evenzeer in software voor extern en intern gebruik. Niet alleen multinationals maar ook Belgische KMO’s kunnen toepassing maken van het fiscale gunstregime voor innovatie-inkomsten en op die manier een aanzienlijk belastingvoordeel realiseren. Essentieel bij het toepassen van deze innovatieaftrek is het opmaken van een onderbouwd berekeningsrapport.