Actiepunten naar aanleiding van het zomerakkoord

Over het zomerakkoord hebt u ongetwijfeld al veel gehoord. Nu de eerste ontwerpteksten beschikbaar zijn, geven wij u graag 4 concrete tips mee, naar aanleiding van enkele geplande wijzigingen in de vennootschapsbelasting.

 

1. Verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting en minimumbezoldiging van 45.000 EUR

Vanaf aanslagjaar 2019 worden de tarieven van de vennootschapsbelasting als volgt verlaagd:

  • Het basistarief daalt naar 29 % en de crisisbelasting wordt verlaagd tot 2 %, waardoor het effectieve tarief 29,58 % zal bedragen.

  • Het verminderd basistarief bedraagt 20 % voor de belastbare winst tot 100.000 EUR; verhoogd met 2% crisisbelasting, betekent dit een effectief tarief van 20,40 %.

Opgelet: de tariefverlaging gaat pas in voor boekjaren aangevangen vanaf 1/1/2018. Vennootschappen met een boekjaar van bijvoorbeeld 1/12/2017 tot en met 30/11/2018 (= aanslagjaar 2018) zullen dus nog niet van voormelde tarieven kunnen genieten.

 

Vanaf aanslagjaar 2021 (boekjaren aangevangen vanaf 1/1/2020) volgt een verdere verlaging en volledige afschaffing van de crisisbelasting, wat volgende tarieven oplevert:

  • Basistarief van 25%
  • Verminderd basistarief van 20% voor belastbare winst tot 100.000 EUR.

Tevens worden de voorwaarden voor toepassing van het verminderd basistarief aangepast. De beperking inzake dividenduitkering wordt afgeschaft. Anderzijds dient voor de toepassing van het verminderd tarief ook aan de KMO-definitie van artikel 15, § 1 tot 6 W.Venn. te worden voldaan en wordt het bedrag van de toe te kennen bedrijfsleidersbezoldiging verhoogd van 36.000 EUR naar 45.000 EUR  (te betalen aan minstens 1 bedrijfsleider natuurlijk persoon; wanneer het belastbaar resultaat lager is volstaat nog steeds een bezoldiging gelijk aan het belastbaar resultaat; deze voorwaarde geldt niet gedurende de eerste 4 belastbare tijdperken).

 

Verder zullen alle vennootschappen die niet voldoen aan voormelde bezoldigingsvereiste gesanctioneerd worden door de toepassing van een afzonderlijke aanslag van 5 % vanaf aanslagjaar 2019 (die wordt verhoogd tot 10 % vanaf aanslagjaar 2021) op het verschil tussen de effectief toegekende bezoldiging en de grens van 45.000 EUR (KMO-vennootschappen zijn deze afzonderlijke aanslag niet verschuldigd gedurende de eerste 4 belastbare tijdperken vanaf hun oprichting; voor verbonden vennootschappen met slechts één en dezelfde bedrijfsleider natuurlijk persoon volstaat een totale bezoldiging van 75.000 EUR in alle vennootschappen samen).

 

Tip 1: hoog tijd om het salarispakket van de bedrijfsleiders onder de loep te nemen!

Het belang van het toekennen van een minimale bezoldiging zal dus toenemen vanaf 2018. Anderzijds is het toekennen van een te hoge bedrijfsleidersbezoldiging bij KMO-vennootschappen met (een) natuurlijk(e) perso(o)n(e)n als aandeelhouder evenmin opportuun: rekening houdend met de verlaging van de tarieven van de vennootschapsbelasting laat de aanleg van een liquidatiereserve toe winsten gerealiseerd in de aanslagjaren 2019 en 2020 uit de vennootschap op te nemen tegen een belastingkost van slechts 39,18% of zelfs 31,25 %, mits naleving van de wachttermijn van 5 jaar.

Het is dus zinvol het salarispakket van bedrijfsleiders te herbekijken. Wij helpen u hier graag bij en staan u ook graag bij in het uitwerken van een alternatief bezoldigingspakket op een case by case basis.

 

Tip 2: denk na over de eerste afsluitdatum van nog in 2017 op te richten vennootschappen!

Vennootschappen opgericht tot en met 31 december 2017 zullen voor hun eerste boekjaar geen gebruik kunnen maken van de verlaagde tarieven, ook al zou dit afsluiten op 31 december 2018. Het is dus raadzaam om een kort eerste boekjaar te overwegen indien winst zou worden verwacht.

 

2. Invoering van een bijkomende voorwaarde voor vrijstelling van meerwaarden op aandelen

Meerwaarden op aandelen (meer dan 1 jaar in bezit) zullen nog slechts vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting wanneer aan de minimumparticipatievereiste die geldt voor DBI-aftrek is voldaan (participatie van minimum 10 % of 2.500.000 EUR aanschafwaarde). Deze maatregel is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019, voor boekjaren aangevangen vanaf 1 januari 2018.

 

Tip 3:  herbekijk de beleggingsportefeuille voor jaareinde!

Het is zinvol om de verkoop te overwegen van aandelen waarop nu reeds een belangrijke meerwaarde rust (eventueel aan een groepsvennootschap). De verkoopprijs zou kunnen wederbelegd worden in aandelen van een distributie-bevek (waarvan de inkomsten in aanmerking komen voor DBI-aftrek en meerwaardenvrijstelling in de mate dat de inkomsten van de bevek zelf hiervoor in aanmerking komen).

Een bijkomend aandelenpakket aankopen zodat wel aan de minimumparticipatievereiste is voldaan, is uiteraard ook een optie (hoeft niet noodzakelijk voor jaareinde).

 

3. Tijdelijke verhoging van de investeringsaftrek voor KMO-vennootschappen van 8% naar 20 %

De investeringsaftrek van 8 % voor gewone investeringen door KMO-vennootschappen wordt verhoogd naar 20 % voor de vaste activa verkregen of tot stand gebracht tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019 (in de loop van een aanslagjaar 2019 en 2020).

 

Tip 4: overweeg om investeringen die in aanmerking komen voor investeringsaftrek uit te stellen naar volgend jaar!

Opmerking: deze maatregel is discriminerend voor vennootschappen met een boekjaar dat verschilt van het kalenderjaar. Hopelijk komt de wetgever tot inzicht en wordt dit vooralsnog aangepast.

 

Voormelde informatie is gebaseerd op de ontwerpteksten en bijgevolg onder voorbehoud van de finale goedkeuring van de wetteksten en van mogelijke wijzigingen. Wij merken ook nog op dat elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitdatum van het boekjaar wordt aangebracht zonder uitwerking blijft voor de nieuwe wetsbepalingen. Nog snel het boekjaar wijzigen om van bepaalde maatregelen te genieten of aan bepaalde maatregelen te ontsnappen heeft dus geen zin.