Corona en de cijferberoeper: verhoogde aandacht voor eigen aansprakelijkheid geboden.

Corona en de cijferberoeper: verhoogde aandacht voor eigen aansprakelijkheid geboden.

Nu de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan stilaan worden versoepeld, wordt de enorme economische impact van het virus pijnlijk duidelijk. De lockdown heeft heel wat ondernemingen sterk getroffen. Naast het begeleiden van uw klanten doorheen het kluwen van (steun)maatregelen, dient u als cijferberoeper ook aandacht te hebben  voor uw eigen verplichtingen en verantwoordelijkheid indien u bij één van uw cliënten feiten vaststelt die de continuïteit van de onderneming bedreigen.

Als cijferberoeper vormt u een eerste belangrijk aanspreekpunt voor uw cliënten over alle mogelijke steunmaatregelen. U zet daarbij ongetwijfeld het belang van uw cliënt steeds voorop. Wij willen er met deze nieuwsbrief evenwel op wijzen dat u als cijferberoeper aandachtig moet zijn voor de verplichtingen en verantwoordelijkheden die u zelf heeft in het kader van de voormalige wet continuïteit van ondernemingen, thans opgenomen in het Wetboek Economisch recht.

Het is zeer waarschijnlijk dat enkele van uw cliënten de komende periode geconfronteerd zullen worden met problemen inzake liquiditeit en solvabiliteit. Artikel XX.23, § 3 WER legt aan cijferberoepers de verplichting op om het bestuursorgaan of de ondernemer op omstandige wijze in te lichten indien wordt vastgesteld dat de continuïteit van de onderneming in het gedrang komt. Het is uiteraard niet de bedoeling dat u als cijferberoeper voor elke cliënt afzonderlijk een systematisch en georganiseerd continuïteitsonderzoek gaat voeren. De vaststellingen die worden gedaan dienen te kaderen in de uitoefening van uw opdracht, bijvoorbeeld bij de verwerking van de boekhouding van het tweede kwartaal, opmaak van tussentijdse cijfers en begeleiding bij het uitvoeren van een balans- en liquiditeitstest, …

De wet zelf en de interinstitutenaanbeveling[1] van 4 oktober 2018 voorzien in “knipperlichten”, dewelke kunnen wijzen op een bedreiging van de continuïteit. Het is de taak van de cijferberoeper om te oordelen of de vastgestelde feiten voldoende ernstig zijn en dus de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen.

Bijkomende waakzaamheid is o.i. in ieder geval geboden voor:

  • ondernemingen actief in ‘coronagevoelige’ sectoren zoals bijvoorbeeld horeca, luchtvaart, toerisme, detailhandel, etc;
  • exportgerichte bedrijven;
  • ondernemingen met een zwakke financiële structuur;
  • ondernemingen met aanhoudend omzetverlies (cf. periodieke BTW-aangiften);
  • ondernemingen met aanhoudende liquiditeitsproblemen (ondanks verlengde betaaltermijn BTW – BV);
  • ondernemingen met een beperkte klantenportefeuille (impact potentiële inningsrisico’s).

Wanneer u van oordeel bent dat de continuïteit van de onderneming van uw cliënt in het gedrang dreigt te komen, dient u de ondernemer of het bestuursorgaan van de vennootschap hiervan op een omstandige wijze schriftelijk in te lichten. Teneinde uw dossier voldoende te kunnen onderbouwen en te kunnen aantonen dat de verplichtingen werden nageleefd, gebeurt de mededeling best via een aangetekend schrijven.

De volgende inlichtingen dienen zeker te worden opgenomen in deze brief:

  • een verwijzing naar artikel XX.23, § 3 WER;
  • een opsomming van de gewichtige en overeenstemmende feiten die werden vastgesteld en die de continuïteit in het gedrang kunnen brengen;
  • een verklaring dat de opgesomde feiten geen limitatieve opsomming zijn van alle feiten die de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen en dat enkel de feiten opgenomen zijn waarover de cijferberoeper kennis heeft tot op de datum van zijn mededeling;
  • de vraag om binnen de maand na verzending de gepaste herstelmaatregelen te nemen om de continuïteit van de onderneming te waarborgen voor de duur van ten minste 12 maanden;
  • de vraag om de cijferberoeper op de hoogte te brengen van de genomen herstelmaatregelen.

Noteer dat indien er nieuwe vaststellingen worden gedaan van zwaarwichtige feiten, u als cijferberoeper het bestuursorgaan of de ondernemer opnieuw op de hoogte dient te brengen. Bij nieuwe vaststellingen van vergelijkbare feiten, hoeft u dit niet opnieuw te doen.

Om u een eerste richtlijn te geven van een mogelijke mededeling aan de ondernemer of het bestuursorgaan, vindt u in bijlage een ontwerpbrief.

Heel belangrijk is het goed bijhouden en bewaren van de documenten om aan te tonen wat uw bevindingen waren tijdens uw werkzaamheden. Bij significante vaststellingen is het aangewezen deze te documenteren alsook vast te leggen hoe men hierop heeft ingespeeld (onder andere door het versturen van een mededeling aan het bestuursorgaan maar ook e-mails waarin bijkomende informatie, uitleg, bevestiging, … wordt gevraagd, bevestigingen van besprekingen, etc. worden best bijgehouden). Al deze informatie moet gedurende vijf jaren systematisch en vertrouwelijk worden bewaard.

Indien uw klant binnen een termijn van een maand vanaf het versturen van die brief niet de nodige maatregelen treft om de continuïteit van de economische activiteit voor een minimumduur van twaalf maanden te waarborgen, kan u de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank daarvan schriftelijk inlichten.

Het is voor cijferberoepers uiterst belangrijk om de komende maanden nog meer aandacht te besteden aan de “knipperlichten” en indien nodig, het bestuursorgaan van de vennootschap hiervan op de hoogte te brengen. In eerste instantie om de onderneming bewust te maken van de problemen maar evenzeer om de eigen aansprakelijkheid te vrijwaren.

 

[1] Interinstitutenaanbeveling inzake de opdrachten voor de bedrijfsrevisor, de externe accountant, de externe belastingconsulent, de externe erkende boekhouder of de externe erkende boekhouder-fiscalist in het kader van artikel 10, vijfde lid, artikel 12,§1, vijfde lid, en artikel 17, §2, 5° en 6° van de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen juncto interpretatieve nota van het interinstitutencomité van 4 oktober 2018